fbpx

Toetscombinaties voor documenten

De werking van deze toetscombinaties kan per app verschillen.

  • Command-B: De geselecteerde tekst vet weergeven of vette tekst in- en uitschakelen.
  • Command-I: De geselecteerde tekst cursief weergeven of cursieve tekst in- of uitschakelen.
  • Command-K: Een webkoppeling toevoegen.
  • Command-U: De geselecteerde tekst onderstrepen of onderstreping in- of uitschakelen.
  • Command-T: Het venster ‘Lettertypen’ weergeven of verbergen.
  • Command-D: De map ‘Bureaublad’ selecteren in een dialoogvenster voor het openen of bewaren van documenten.
  • Control-Command-D: De definitie van het geselecteerde woord weergeven of verbergen.
  • Shift-Command-Dubbele punt (:): Het venster ‘Spelling en grammatica’ weergeven.
  • Command-Puntkomma (;): Woorden met spelfouten in het document zoeken.
  • Option-Delete: Het woord links van het invoegpunt verwijderen.
  • Control-H: Het teken links van het invoegpunt verwijderen. Of gebruik Delete.
  • Control-D: Het teken rechts van het invoegpunt verwijderen. Of gebruik Fn-Delete.
  • Fn-Delete: Voorwaarts wissen op toetsenborden zonder toets voor voorwaarts wissen. Of gebruik Control-D.
  • Control-K: De tekst tussen het invoegpunt en het einde van de regel of de alinea wissen.
  • Fn-Pijl omhoog: Pagina omhoog: één pagina omhoog scrollen.
  • Fn-Pijl omlaag: Pagina omlaag: één pagina omlaag scrollen.
  • Fn-Pijl naar links: Home: naar het begin van een document scrollen.
  • Fn-Pijl naar rechts: End: naar het einde van een document scrollen.
  • Command-Pijl omhoog: Het invoegpunt naar het begin van een document verplaatsen.
  • Command-Pijl omlaag: Het invoegpunt naar het einde van een document verplaatsen.
  • Command-Pijl naar links: Het invoegpunt naar het begin van de huidige regel verplaatsen.
  • Command-Pijl naar rechts: Het invoegpunt naar het einde van de huidige regel verplaatsen.
  • Option-Pijl naar links: Het invoegpunt naar het begin van het vorige woord verplaatsen.
  • Option-Pijl naar rechts: Het invoegpunt naar het einde van het volgende woord verplaatsen.
  • Shift-Command-Pijl omhoog: De tekst tussen het invoegpunt en het begin van het document selecteren.
  • Shift-Command-Pijl omlaag: De tekst tussen het invoegpunt en het einde van het document selecteren.
  • Shift-Command-Pijl naar links: De tekst tussen het invoegpunt en het begin van de huidige regel selecteren.
  • Shift-Command-Pijl naar rechts: De tekst tussen het invoegpunt en het einde van de huidige regel selecteren.
  • Shift-Pijl omhoog: De tekstselectie uitbreiden naar het dichtstbijzijnde teken op dezelfde horizontale positie in de vorige regel.
  • Shift-Pijl omlaag: De tekstselectie uitbreiden naar het dichtstbijzijnde teken op dezelfde horizontale positie in de volgende regel.
  • Shift-Pijl naar links: De tekstselectie met één teken naar links uitbreiden.
  • Shift-Pijl naar rechts: De tekstselectie met één teken naar rechts uitbreiden.
  • Option-Shift-Pijl omhoog: De tekstselectie naar het begin van de huidige alinea uitbreiden, vervolgens naar het begin van de vorige alinea indien opnieuw ingedrukt.
  • Option-Shift-Pijl omlaag: De tekstselectie naar het einde van de huidige alinea uitbreiden, vervolgens naar het einde van de volgende alinea indien opnieuw ingedrukt.
  • Option-Shift-Pijl naar links: De tekstselectie naar het begin van het huidige woord uitbreiden, vervolgens naar het begin van het vorige woord indien opnieuw ingedrukt.
  • Option-Shift-Pijl naar rechts: De tekstselectie naar het einde van het huidige woord uitbreiden, vervolgens naar het einde van het volgende woord indien opnieuw ingedrukt.
  • Control-A: Naar het begin van een regel of alinea gaan.
  • Control-E: Naar het einde van een regel of alinea gaan.
  • Control-F: Eén teken naar voren verplaatsen.
  • Control-B: Eén teken naar achteren verplaatsen.
  • Control-L: De cursor of selectie centreren in het zichtbare gedeelte.
  • Control-P: Eén regel omhoog verplaatsen.
  • Control-N: Eén regel omlaag verplaatsen.
  • Control-O: Een nieuwe regel na het invoegpunt invoeren.
  • Control-T: Het teken na het invoegpunt en het teken vóór het invoegpunt omwisselen.
  • Command-Linker accolade ({): Links uitlijnen.
  • Command-Command-Rechter accolade (}): Rechts uitlijnen.
  • Shift-Command-Verticale streep (|): Centreren.
  • Option-Command-F: Naar het zoekveld gaan.
  • Option-Command-T: Een knoppenbalk in een programma weergeven of verbergen.
  • Option-Command-C: Kopieer stijl: de opmaakinstellingen van het geselecteerde item naar het klembord kopiëren.
  • Option-Command-V: Plak stijl: de gekopieerde stijl op het geselecteerde item toepassen.
  • Option-Shift-Command-V: Plak en pas stijl aan: de stijl van de omliggende inhoud toepassen op het item dat erin wordt geplakt.
  • Option-Command-I: Het infovenster weergeven of verbergen.
  • Shift-Command-P: Pagina-instelling: een venster voor de selectie van documentinstellingen weergeven.
  • Shift-Command-S: Het dialoogvenster ‘Bewaar als’ weergeven of het huidige document kopiëren.
  • Shift-Command-Minteken (-): Het geselecteerde item verkleinen.
  • Shift-Command-Plusteken (+): Het geselecteerde item vergroten. Command-Gelijkteken (=) voert dezelfde functie uit.
  • Shift-Command-Vraagteken (?): Het Help-menu openen.
 

Contact opnemen met Kundig

Hulp nodig? Neem vrijblijvend contact op met onze klantendienst. Onze technische medewerkers helpen jou graag verder met dit probleem op te lossen.

Geef een reactie

Sluit Menu
×
×

Winkelmand